Verslag Studio Louter Café: RAAK je bezoeker
Café #1: Volle Aandacht (1 maart 2018)

Het raken van je bezoekers; een doel waar veel tentoonstellingsmakers op aansturen. Maar hoe doe je dat? Hoe houd je de aandacht van je bezoekers vast? Wat is een goed verhaal? En hoe ontwerp je de ideale tentoonstellingsruimte? In de Studio Louter Cafés, een onderdeel van het RAAK Publiek programma De Tentoonstellingsmaker van de 21ste Eeuw, wordt er nader ingegaan op dergelijke vragen. Bijgaand het verslag van café #1: Volle Aandacht.

Stefan van der Stigchel aan het woord tijdens Studio Louter Café #1

Volle aandacht; dat willen de tentoonstellingsmakers van hun bezoekers. Via de plaatsing van o.a. schilderijen en objecten, routing, kleurgebruik en verschillende tekstgroottes proberen ze de blik van de bezoeker te sturen en hen te verleiden om tijd te besteden aan datgene waar hun blik op gericht wordt. Stefan van der Stigchel, Associate Professor Experimentele Psychologie aan de Universiteit Utrecht, doet onderzoek naar de manier waarop aandacht en visueel bewustzijn de perceptie van de wereld om ons heen vormen. Vanuit deze invalshoek is Stefan tijdens zijn lezing ingegaan op de werking van aandacht en de rol van onze zintuigen (met een focus op het zicht) daarin. Zijn conclusie: we geven te veel aandacht aan de mythe dat er tegenwoordig iets mis zou zijn met onze aandacht; dat we niet meer lang kunnen kijken. Eerder is de hoeveelheid aan informatie toegenomen, maar onze capaciteit om deze hoeveelheid te verwerken niet. Musea kunnen hier handig op inspelen, door een goed verhaal en boeiende presentatie neer te zetten waarin rekening wordt gehouden met verwachtingen en associaties van bezoekers. In zijn korte lezing zet hij daarvoor een aantal strategieën uiteen.

1)    Het zoeklicht of spotlight of attention: het kunnen zien van details en/of het overzicht bepaalt de omvang van het ‘zoeklicht’ (of kijkkader) dat een bezoeker heeft. Dit ‘zoeklicht’ van mensen wordt gestuurd door persoonlijke omstandigheden, oftewel, hoe je bent ‘getraind’ om te kijken naar de wereld om je heen. Daarbij komt dat kinderen hoofdzakelijk in detail kunnen waarnemen. En afleidingsstrategieën die vaak gebruikt worden door goochelaars, zorgen er juist voor dat het zoeklicht dusdanig gestuurd wordt dat andere informatie niet meer opgenomen wordt (zoals dit filmpje, waar de gorilla over het algemeen door veel mensen over het hoofd wordt gezien).

2)    Daarbij komt ook: waar het hoofd vol van is, trekt de aandacht. Heb je je zinnen gezet op het kopen van een rode auto, dan zie je ineens veel meer rode auto’s in het verkeer. Heb je honger? Dan zul je vooral letten op etenswaren.

3)    Daar tegenover staat dat we ons kijkkader ook heel goed kunnen aanpassen om bepaalde informatie te negeren (adaptatie). Dat waarvan we weten dat het weinig relevant voor ons is schenken we weinig aandacht. Denk aan banners op nieuwswebsites: deze reclame vinden we vaak niet relevant en irritant. Om die reden worden dergelijke reclame uitingen nu vaak ook opgenomen als ‘nieuwsbericht’, zodat we minder snel doorhebben dat we naar reclame kijken.

4)    De ervaringen die je opdoet in je leven, zijn kenmerkend en sturend voor de manier waarop je je kijkkader vormgeeft, oftewel: met welke ‘regels’ je naar je omgeving kijkt. Dat betekent ook dat dit proces continue in ontwikkeling is, maar ook te beïnvloeden!

5)    Dat beïnvloeden kan via verschillende manieren. Zo zijn bijvoorbeeld gezichten universeel gezien een goede aandachtstrekker. Maar zulke universele aandachtstrekkers zijn beperkt. Door (bewuste) verwachtingen van bezoekers in kaart te brengen omtrent een product of dienst, kan de aandacht bewuster gestuurd worden (volgens de regels van de verwachting, of juist als verrassing).

6)    Opvallende informatie helpt om het zoeklicht duidelijk te sturen. Maar, wat is opvallend? De kleuren van de hulpdiensten in Amerika zijn bijvoorbeeld aangepast, omdat de kleur ‘rood’ – vroeger zeldzaam en opvallend – nu zoveel te zien is op de weg dat het niet meer opvalt. Met andere woorden: de competitie om aandacht is groot. Door de omgeving in kaart te brengen en die vormen en kleuren te kiezen die niet standaard in de omgeving voorkomt, is de kans groter dat je de aandacht trekt.

7)    Vooral wanneer het om informatieoverdracht gaat – zoals in museale settingen – benoemt Stefan dat de bezoeker gestimuleerd moet worden ook iets met de informatie te doen. Ergens naar kijken is één ding, maar erover na gaan denken, gaan praten, is een tweede.

8)    Associatie is het ultieme doel als het om aandacht gaat. Zo is door de fabrikanten van rijst en hun ontwerp van verpakkingsmateriaal inmiddels bij de consument een associatie van blauw met rijst ontstaan die zo hardnekkig is, dat toen Lassie een andere kleur in haar verpakking ging gebruiken, het product niet meer op de schappen opgemerkt werd.

Kortom, je interpretatie wordt beïnvloed door de ervaringen die je opdoet. Kijken doe je eigenlijk met je hersenen en niet je ogen. Daarnaast kan aandacht maar op één plek tegelijk zijn, maar kun je wel spelen met verwachtingen van bezoekers om de aandacht te trekken. Maar kun je het ook meten? Een meetmethode waar Stefan veel mee werkt, is het in kaart brengen van oogbewegingen (eye-tracking). Dat zegt niet alles over aandacht, maar leert je wel meer over het gedrag dat bezoekers vertonen en waar mogelijke knelpunten zitten.

De tweede spreker, Peter Carpreau, conservator bij Museum-M te Leuven, vertelt over zijn queeste om bezoekers reden te geven aandacht te schenken aan de vaste collectie van het museum. Deze trok namelijk steeds minder bezoekers (2% als dieptepunt). In zijn rede noemt hij 7 punten die het museum inzet om de aandacht van bezoekers te sturen.

1)    Dynamisch presenteren: door een dynamische presentatie te creëren komt er meer ruimte om de vaste collectie zo te presenteren dat nieuwe betekenissen kunnen ontstaan, bijvoorbeeld door in te spelen op de actualiteit. Peter licht toe dat Museum-M om het jaar zo’n 6 a 7 clusters wisselt.

2)    Transhistorisch presenteren: hoewel Peter ook zelf zegt dat dit nu een ‘modewoord’ is, ziet hij wel de waarde in van transhistorisch presenteren. Vooral op het vlak van het doorbreken van verwachtingspatronen en het scherpstellen van de blik van de bezoeker, ziet hij de positieve waarde van deze ontwikkeling.

Peter Carpreau aan het woord

3)    Co-creatie met publiek: het museum zet bewust in op co-creatie, dat zij definieert als het actief betrekken bij de activiteiten van het museum. Zo worden bezoekers uitgenodigd hun eigen verhalen te vertellen én tentoon te stellen. Maar bezoekers hebben ook de mogelijkheid om op zaal digitaal hun eigen tentoonstelling samen te stellen. Zo wordt hen getoond dat de manier waarop objecten getoond worden, ook menselijke keuzes zijn. In De Tentoonstellingsmaker van de 21ste Eeuw wordt dit ook wel aangeduid als een vorm van ‘participatie’.

4)    Onderzoek doen en dit onderzoek onderdeel laten zijn van de bezoekerservaring: zoals al eerder aangegeven doet het museum veel onderzoek om de eigen manier van presenteren beter te begrijpen en hierop te kunnen reflecteren. Zo hebben zij ook een eye-tracking onderzoek gedaan, maar dit onderzoek geïmplementeerd in de bezoekerservaring zodat bezoekers zelf ook terug konden zien hoe zij naar de objecten keken.

5)    Gamification: het museum zet gamification in als een manier om de presentatievorm aantrekkelijker en speels te maken.

6)    Labels: labels bevatten veelal beknopte informatie over het object. Peter moedigt de tentoonstellingswereld aan om prikkelende informatie en/of vragen op de labels te zetten, zodat bezoekers aangemoedigd worden het object te onderzoeken en hierop te reflecteren.

7)    Multi-sensoraliteit: hoewel de huidige samenleving zeer visueel is ingesteld, zijn er ook andere zintuigen waarmee men de omgeving ervaart. Ook op dit vlak is Museum-M aan het experimenteren (tast, geur) om te bekijken wat de meerwaarde hiervan kan zijn.

Peter benoemt expliciet dat veel (kunst)musea vooral gericht zijn op kijken en dat museummedewerkers er nog teveel vanuit gaan dat bezoekers weten hóe ze moeten kijken. Daarom heeft hij, in samenwerking met zijn collega’s en diverse partners, een framework voor visuele geletterdheid ontwikkeld. Dit framework bestaat uit de volgende vier dimensies:

  1. Visual Literacy Compentence Model [bron in tekst]

    Looking
    • I notice
    • I explore
    • I name / describe
  2. Analysing
    • I analyze
    • I explain
    • I interpret/understand
  3. Creativity
    • I wonder
    • I imagine
    • I make, create
  4. Visual language & communication
    • I present
    • I comment/critique
    • I value

Hoewel onze hersenen visuele informatie beter kunnen verwerken dan bijvoorbeeld tactiele en auditieve informatie, benadrukt Peter de waarde van multisensoriële tentoonstellingen. Immers: aandacht is supramodaal en tentoonstellingsmakers daar meer rekening mee dienen te houden tijdens het ontwikkelen van publieksprogramma’s.

Het volgende Studio Louter Café gaat over de manier waarop je een verhaal kunt vertellen zodat het mensen raakt. We gaan dan in gesprek met scenarioschrijver Robert Alberdingk Thijm en Barend Verheijen (Creative Partner Studio Louter). We zien je graag op >>19 april << te Studio Louter!

 

Geschreven door: Bernadette Schrandt (Hogeschool van Amsterdam)

Studio Louter Café is een initiatief binnen het RAAK Publiek onderzoek: De Tentoonstellingsmaker van de 21e Eeuw, gefinancierd door Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA. Penvoerder van het onderzoek is de Hogeschool van Amsterdam. Voor het onderzoek is samengewerkt met Studio Louter, Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, Allard Pierson Museum, Joods Historisch Museum, Museum Boerhaave, Zuiderzee Museum, Familiemusea, Drents Museum, Amsterdam Museum, Reinwardt Academie, Bruns B.V. en No More Mondays.

Contact? Het kernteam bestaat uit:
– Studio Louter: Juliette Lindhout (juliette[at]studiolouter.nl), Sjoerd van der Linde, Sarah van Kerkvoorde.
– Hogeschool van Amsterdam: Bernadette Schrandt (Projectleider De Tentoonstellingsmaker van de 21ste Eeuw, b.schrandt[at]hva.nl), Harry van Vliet, Guusje Hallema, Annika Kuijper, Evelien Christiaanse.
– Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid: Maarten Brinkerink (mbrinkerink[at]beeldengeluid.nl).