Onderzoek helpt tentoonstellingsmakers met evaluatie van bezoekersreacties

Dat ‘beleving’ voor de moderne tentoonstellingsmaker steeds belangrijker wordt, is alom bekend. Tegelijkertijd is er, als het gaat om beleving, weinig onderbouwing van wat werkt en waarom. Om die reden heeft de Hogeschool van Amsterdam in samenwerking met diverse musea en ontwerpbureaus, een werkwijze ontwikkeld waarop tentoonstellingsmakers op een meer gerichte manier de reacties van bezoekers op ontwerpbeslissingen kunnen evalueren. Deze werkwijze wordt gepresenteerd in de publicatie De Tentoonstellingsmaker van de 21ste  Eeuw. Ontwerpen voor beleving, en de toolkit De Tentoonstellingsmaker van de 21ste Eeuw. Evalueren van ontwerpbeslissingen.

Onderzoek naar sturen op ‘beleving’
In de Nationale Kennisagenda voor het Museale Veld is te lezen: “De tweede ambitie is de belevingswaarde voor de bezoeker te vergroten en daarmee de impact van het museum te versterken” (Versloot, 2014, p. 20). Hierbij staat belevingswaarde voor het vermogen van musea om de inhoudelijke boodschap over te brengen én bezoekers te inspireren en te raken. Er wordt echter in diezelfde kennisagenda ook onderkend dat meer kennis en inzicht nodig is om te kunnen bepalen welk type bezoeker welk type beleving in welke type tentoonstelling zoekt en hoe daarop in te spelen.

In het praktijkgerichte onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam stond de vraag centraal of sturing door de tentoonstellingsmakers op narrativiteit, sfeer, digitale media en participatie invloed heeft op de mate waarin bezoekers geraakt worden, geïnspireerd raken en iets hebben geleerd. Tijdens het onderzoek is actief samengewerkt met diverse museumprofessionals. De resultaten van het onderzoek, zoals ontwikkelde tools om meer onderbouwde keuzes te maken over beleving en resultaten van het bezoekersonderzoek, zijn nu beschikbaar.

Methodische uitdaging
De eerste opdracht was om meetinstrumenten te ontwikkelen waarin op een meer gestandaardiseerde manier inzicht verkregen kon worden in de manier waarop bezoekers reageren op de eerdergenoemde sturingsmiddelen en de ontwerpkeuzes van tentoonstellingsmakers. In twee onderzoeksprojecten zijn 13 casestudies opgezet om tot deze gestandaardiseerde werkwijze te komen. Tijdens de casestudies zijn interviews met de makers georganiseerd, ontwerpdocumenten bestudeerd en is bezoekersonderzoek uitgevoerd. Het resultaat is een werkwijze waarop tentoonstellingsmakers op een meer gerichte manier de reactie van bezoekers op ontwerpbeslissingen kunnen evalueren.

Leren, inspireren, raken
Daarnaast is bij zes deelnemende musea de gestandaardiseerde methode getest en bezoekersonderzoek uitgevoerd. Uiteindelijk zijn 1503 vragenlijsten door Nederlandse bezoekers ingevuld. Twee op de tien bezoekers zeggen emotioneel te zijn geraakt door hun bezoek aan de tentoonstelling. Gevoelens die bezoekers hebben ervaren tijdens het bezoek aan de tentoonstelling zijn voornamelijk ‘geïnteresseerd’, ‘verwonderd’ en ‘ontspannen’. Het minst genoemd zijn ‘gespannen’, ‘teleurgesteld’, ‘gelukkig’ en ‘geïrriteerd’. Twee derde van de bezoekers geeft aan geïnspireerd te zijn geraakt door het bezoek aan de tentoonstelling. Ongeveer een derde zegt anders te zijn gaan nadenken over het onderwerp en wil meer informatie op gaan zoeken. En ten aanzien van leren komt uit het onderzoek naar voren dat het merendeel van de bezoekers vindt dat men waardevolle informatie heeft geleerd (80%), ook is men tevreden over de educatieve inhoud van de tentoonstelling (86%).

De kracht van het verhaal
Gevraagd naar het meest belangrijke aspect waardoor men is geraakt of geïnspireerd en waarvan ze het meest geleerd hebben, antwoordt de helft van de bezoekers dat dit het verhaal is. Een derde van de bezoekers vindt dat de sfeer het meeste bijdraagt aan de mate waarin men emotioneel is geraakt. Digitale media worden vooral genoemd bij ‘leren’: ongeveer een vijfde van de bezoekers vindt dat dit aspect heeft bijgedragen aan de mate waarin zij waardevolle informatie hebben geleerd.

Over het onderzoek
In de projecten Designing Experiencescapes (gefinancierd door ACIN) en De Tentoonstellingsmaker van de 21ste Eeuw (gefinancierd door Regieorgaan SIA), is samen met 13 musea en 5 ontwerpbureaus onderzoek gedaan naar hoe tentoonstellingsmakers meer onderbouwde afwegingen kunnen maken.

Het doel van het onderzoek was om een evaluatie- en sturingsmodel te ontwikkelen waarmee tentoonstellingsmakers meer inzicht krijgen in het bieden van een bezoekersbeleving zodat bezoekers meer leren over de inhoud van de tentoonstelling én geïnspireerd en geraakt worden. Op 15 februari 2019 is het onderzoek afgesloten met een eindsymposium waar o.a. de resultaten werden gepresenteerd, interactieve workshops werden gehouden en ruim 150 mensen uit het werkveld bij elkaar kwamen.

De onderzoeken zijn gerealiseerd in samenwerking met Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (subsidiegever), ACIN (subsidiegever), Hogeschool van Amsterdam (penvoerder), Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, Studio Louter, Rijksmuseum van Oudheden, Flipje Tiel Museum, Museum Volkenkunde, Tropenmuseum Junior, Zuiderzee Museum, Drents Museum, Joods Historisch Museum, Rijksmuseum Boerhaave, Allard Pierson Museum, Museum Catharijneconvent, Van Gogh Museum, Amsterdam Museum, Bruns B.V., Familiemusea, Synergique, No More Mondays en de Reinwardt Academie.

En nu?
Na vijf jaar vormt deze boekpublicatie een mooie afsluiting van het gedane onderzoek. We willen iedereen die heeft deelgenomen aan het project, via partnerships, bijeenkomsten of gesprekken, danken voor de samenwerking en input. We hopen dat iedereen de publicatie, net als wij, met veel plezier zal doornemen.

Uiteraard nodigen we anderen ook uit om vervolgonderzoek te doen. In het onderzoek hebben we meetinstrumenten ontwikkeld die eigen zijn aan de museale context en informatie opleveren die zinnig is, in die zin dat het iets zegt over de relatie tussen de verwachte bezoekersbeleving van de ontwerper en de door de bezoeker gerapporteerde beleving. Echter, om patronen in het complexe samenspel van ontwerpkeuzes en de bezoekersbeleving op te sporen moeten nog wel een paar stappen gemaakt worden, zowel theoretisch alsook methodisch. In haar promotieonderzoek gaat Bernadette Schrandt dieper in op de eerder genoemde ‘belevingswaarde’ van erfgoed, waarbij ze specifiek kijkt naar het gebruik van nieuwe technieken zoals augmented reality.

Meer informatie
Voor meer informatie, bijvoorbeeld over de individuele casestudies, zie hier. Bij aanvullende vragen kan contact worden gezocht met Lectoraat Crossmedia via lectoraatcrossmedia@hva.nl.

Recommended Posts